Bedrijfsfinanciering iets makkelijker
Ruim 1.400 grote, middelgrote en kleine bedrijven namen afgelopen februari deel aan de Financieringsmonitor 2011. Hieruit blijkt dat de verkrijgbaarheid van bedrijfsfinanciering iets makkelijker is geworden in vergelijking met eind 2010. Het aantal volledig toegekende leningen is gelijk gebleven, maar het aantal gedeeltelijke toekenningen is gestegen van 5 naar 21%.
22% van de bedrijven probeerde in 2010 in Nederland aanvullende financiering te krijgen. Bij het grootbedrijf was dit een op de drie bedrijven. Verder waren het vooral jonge (kleine) bedrijven die een financieringsbehoefte hadden. Er was vooral behoefte aan geld voor werkkapitaal (47%), investeringen (22%) en bedrijfshuisvesting (15%). Middelgrote en kleine bedrijven zochten ook middelen voor herfinanciering van bestaande leningen, respectievelijk 20% en 15%.
Als de bedrijven financiering zochten zijn er grote verschillen in de honoreringspercentages. Van het kleinbedrijf krijgt 57% de financiering volledig rond; 70% van de middenbedrijven en 86% van de grote bedrijven is succesvol. In het kleinbedrijf krijgt 21% een volledige afwijzing.
De reden van afwijzing is volgens de ondernemers voor het overgrote deel gelegen in een te hoog risico. Vooral starters krijgen deze reden vaak te horen. Opvallend is dat als gekeken wordt naar de solvabiliteitspositie van bedrijven die succesvol zijn in het verkrijgen van financiering deze niet significant verschilt van bedrijven die dit niet zijn. Er is wel een relatie gevonden met een dalend eigen vermogen: van bedrijven met een dalend eigen vermogen is 59% succesvol en bij de overige bedrijven is dit 70%. Als het vermogen daalt ten gevolge van een negatief resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening wordt het verschil nog sterker. Bij één op de drie bedrijven is het eigen vermogen in 2010 afgenomen. Bij middelgrote bedrijven is dit een op de vijf. Verreweg de meeste bedrijven geven aan dat dit komt door een negatief resultaat uit gewone bedrijfsvoering.