Column

geplaatst: 17-10-2017

Delen of houden

2017 en het leven in de deelmaatschappij. Het gaat niet meer om bezit, maar om het gebruik. We delen al onze belevenissen op social media, gereedschap en auto’s delen we via verschillende online platforms. Als de eigenaar er toch geen gebruik van maakt, dan kan een ander toch van zijn spullen gebruik maken?
Met de komst van de deeleconomie zijn er ook diverse online deelauto concepten ontstaan. Je kan je eigen auto tegen betaling aan een wildvreemde verhuren. Of je wordt lid van een autodeel community. Dan mag je tegen betaling een dagdeel een auto gebruiken, die je ergens in je woonplaats kan ophalen. Delen vraagt veel en vooral duidelijke afspraken. Hoe lang wordt de auto gebruikt? In welke staat is de auto en hoe leg je dit duidelijk vast? Moet je in de hozende regen foto’s van maken? Wie is er eigenlijk verantwoordelijk als de auto tussen twee deelbeurten wordt beschadigd? Een eigen risico van € 500,- is dat reëel? Overschrijd je de afgesproken gebruikstijd kan je een geldboete krijgen. Een auto schoon inleveren, hoe schoon is dat? Het naleven van de afspraken is nog eens extra moeilijk omdat alles online geregeld wordt, zonder persoonlijke overdracht of ruggespraak. 
Voor de deeleconomie had je gewoon een eigen auto. De auto, jouw extra leefruimte, jouw relaxplek na een lange werkdag en wellicht bevestiging van jouw zelfbeeld. De auto is veel meer dan alleen een vervoermiddel. Een auto brengt kosten met zich mee en wat dat betreft lijkt het delen van die kosten aantrekkelijk. Maar het allergrootste voordeel van de auto is toch je enorme vrijheid? Deze vrijheid om op elk moment te vertrekken waarheen en zo lang je wilt, is niet deelbaar. Je eigen auto biedt je altijd deze mogelijkheid. Geen gedoe met een online reservering en nauwkeurige inspectie van een auto die niet voor je deur ter beschikking staat. Mijn eigen auto, ik houd ervan.

Huib van Loon
Oxonia autolease, advies & contractbeheer

Column

geplaatst: 01-11-2016

Leve Pietje Precies!

Leve Pietje Precies!

Concrete afspraken, ik houd ervan! Het geeft duidelijkheid en je weet exact waar je aan toe bent. Losse eindjes geven ruimte aan eigen interpretatie en daarmee uitzonderingen en misverstanden.

Zwart-op-wit staande duidelijke voorwaarden vormen altijd de basis van een plezierige samenwerking. Onvoorstelbaar eigenlijk dat deze in de praktijk nogal eens blijken te ontbreken of totaal genegeerd worden voordat contractafspraken worden bezegeld.

Autoleasing, zowel zakelijk als het steeds populairder wordende privélease, is een complexe dienst. Het heeft betrekking op een fysiek product, de auto, en op een groot aantal aanvullende servicecomponenten. Er is bovendien vaak sprake van een lange contractperiode en er kunnen aanzienlijke kosten mee gemoeid zijn. Juist hier zijn heldere samenwerkingsafspraken noodzakelijk.

Op het internet en via social media worden wekelijks artikelen geplaatst en gedeeld met allerlei goedbedoeld autolease advies en tips. Hier zitten soms goede aandachtspunten bij, maar deze zijn zeker niet voor iedereen van toepassing. Het zijn open deuren of algemene kreten die geen duidelijkheid geven. Autoleasing is maatwerk. Door de uitgebreide mogelijkheden kan het voor elke organisatie perfect passend gemaakt worden. Gefundeerd op concrete afspraken tussen leasemaatschappij, werkgever en werknemer. Deze laatste wordt nog weleens vergeten, terwijl de berijder een heel grote invloed op de kosten heeft. Van groot belang dus om ook met hem of haar concrete afspraken in een uniforme mobiliteits- of autoregeling vast te leggen.

De vraag naar privé en zakelijke leaseauto’s neemt toe. Het is daarom belangrijk om voor het afsluiten van het nieuwe leasecontract de tijd te nemen om de algemene voorwaarden grondig door te nemen of hier advies over te vragen. Staan er onduidelijkheden in, vraag de leasemaatschappij deze dan schriftelijk aan je toe te lichten. Dan pas weet je wat je van elkaar kan verwachten en staat niets een langdurige samenwerking in de weg.

Afgesproken?

Column

geplaatst: 19-09-2016

Kosten, kosten kosten

En dus wordt er gekeken naar de hoogste inkoopkorting en het laagste leasetarief. Uit een recent landelijk onderzoek onder 400 organisaties blijkt dat kostenbesparing het belangrijkste argument bij wagenparkbeheerders is. Hoe mooi de verhalen over CO2-reductie, maatschappelijk verantwoord ondernemen, mobiliteitsbudgetten en deelauto’s ook zijn, uiteindelijk gaat het de ondernemer om Euro’s.

Of u nu uw auto’s leaset of in eigen beheer heeft, het is volstrekt logisch dat vooraf de verwachte maandelijkse mobiliteitskosten nauwkeurig worden beoordeeld. Het is echter onbegrijpelijk dat de maandelijkse gebruikskosten bijna geen aandacht krijgen. Terwijl deze juist een groot gedeelte van de totale kosten bepalen. Heel eenvoudige maatregelen om de brandstofkosten te verlagen worden maar door een enkele ondernemer toegepast. En wat te denken van het verlies van productieve uren van uw medewerkers? Elk bezoek aan de dealer en elke interne handeling in verband met de administratie van uw wagenpark, vergt tijd. Er zijn volop mogelijkheden om hier geld en tijd te besparen. Dit levert u niet alleen minder kosten op, maar ook meer tijd om in uw bedrijfsactiviteiten te investeren en dus uw rendement te verbeteren.

Heeft u trouwens concrete afspraken met uw medewerkers en leveranciers gemaakt? Te weinig organisaties staan, voordat de auto wordt besteld, stil bij mogelijke financiële gevolgen. Wat als een medewerker uw organisatie verlaat, een groter rayon gaat bedienen of zijn privéomstandigheden wijzigen? Vooraf heldere afspraken vastleggen, zorgt voor duidelijkheid bij alle partijen en voorkomt moeilijke discussies achteraf.

Levert die extra procent aankoopkorting of die paar Euro’s lagere leasekosten nu ook daadwerkelijk het verwachte kostenvoordeel op? Naar onze mening niet. Als u structureel minder wilt uitgeven aan zakelijke mobiliteit, zijn er veel andere mogelijkheden om dit te realiseren. Het mooie is dat dit uitstekend samen gaat met maatschappelijk verantwoord ondernemen en optimale medewerker tevredenheid.

Column

geplaatst: 01-07-2016

Caveat emptor

Kopen of leasen? Een vraag die ons regelmatig gesteld wordt en waarbij het antwoord situatie-afhankelijk is. Wie de middelen heeft en er geen problemen mee heeft zijn wagenpark zelf te beheren kan voor koop kiezen, zeker met de huidige lage rente. Maar zit u wel op het gedoe te wachten? En kunt u uw geld niet beter in uw bedrijfsactiviteiten steken, voor extra rendement? Stel dat het dan toch lease wordt, wat is dan de juiste vorm?

Financial, netto operational, full operational en zo’n beetje alles er tussenin is mogelijk. Laat u bij voorbeeld de verzekering over aan de leasemaatschappij of kunt u dat, in combinatie met uw andere bedrijfsverzekeringen en mogelijk opgebouwde no-claim-korting, voordeliger zelf regelen?

Nog niet zo lang geleden had “lease” de naam vooral duur te zijn; inmiddels zien velen wel in dat het een hoop zorgen kan schelen, budgettering eenvoudig maakt, risico’s beperkt en ook nog eens goedkoper kan zijn. U profiteert immers van inkoopvoordelen op een schaal die u zelf niet snel zult realiseren.

Over voordeel gesproken: na eerdere pogingen lijkt privélease deze keer toch echt aan een opmars bezig. We zien in de markt maandtarieven voorbij komen waar u het zelf echt niet voor kunt doen.

Alleen maar pluspunten dus? Niet meteen, genoemde lage privéleasetarieven horen bij voorbeeld soms bij leaseproducten die voor de gemiddelde (particuliere) consument niet te doorgronden zijn. Niet voor niets kwam er een keurmerk (twee zelfs) maar ook daarmee blijft u natuurlijk zelf verantwoordelijk voor uw keuzes: wees dus op uw hoede!

Column

geplaatst: 21-04-2016

Hoe ziet uw auto er straks uit?

En rijden we over enkele decennia nog wel auto? Of heeft deze tegen die tijd, door bevolkingsgroei en verstedelijking, zijn plaats moeten opgeven? Zo niet, rijdt de auto dan echt volledig zelf? En met welke aandrijfvorm? Is het dan nog wel “uw” auto? Wie het denkt te weten mag het zeggen en dat gebeurt dan ook. Al dan niet zelfbenoemde “deskundigen”, stuk voor stuk overtuigd van hun gelijk, buitelen over elkaar heen.

Om eerlijk te zijn: we weten het gewoonweg niet. Feit is dat technische ontwikkelingen harder gaan dan ooit, vergelijk op autogebied maar eens de volledige vorige eeuw met de paar jaar die we nu onderweg zijn in de 21e eeuw.

Dat de (Plug-in)hybride uiteindelijk geruisloos uit het straatbeeld gaat verdwijnen is wel duidelijk maar wie volgt hem op? Aan de recente run op de hier pas in 2018 leverbare Tesla Model 3 te zien lijkt het de (volledig) elektrische auto te worden. En waterstof dan? Ook elektrisch maar dan anders. Beide vormen kennen, naast voordelen, nu nog nadelen ten opzichte van de traditionele verbrandingsmotor. Die laatste is bovendien nog lang niet uitontwikkeld. Het is op z’n minst opvallend dat oliemaatschappijen de markt voor elektrisch laden vooralsnog volledig overlaten aan nieuwkomers; heeft u al een laadpaal ontdekt bij uw lokale tankstation? Trouwens, waarom gaan verkoopopbrengsten van klassieke auto’s de laatste tijd door het dak als we er binnenkort niet eens meer mee zouden kunnen rijden?

Veel vragen met minstens zoveel mogelijke antwoorden. Blijf kritisch, volg de ontwikkelingen en doe er uw voordeel mee.

 

Martin Schuurman
Partner bij Oxonia Fleet Solutions

www.oxonia.nl

Column

geplaatst: 31-03-2016

Weten wat we niet weten

“Ik word later Nijntje. Of ridder.” Mijn zoon van vier is vastbesloten. Mijn dochter van zeven weet inmiddels dat ze nooit een prinses zal worden. Wat ze wel graag wilde toen ze vier was. Haar toekomstbeelden worden wat ‘aardser’. Misschien juf. Of ballerina. Want je moet natuurlijk blijven dromen. Kinderen proberen zich van jongs af aan een voorstelling te maken van hun toekomst. Moeilijk, maar wel nodig. Voor kinderen, volwassenen, beleidsmakers en ondernemers. Een beeld hebben bij de toekomst schept een kader waarbinnen je de dromen probeert waar te maken. Volwassen economen proberen dat niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele wereld. Een wereld waarin ook mijn kinderen volwassen worden. Voorspellen. Heel moeilijk, maar toch nuttig en nodig.

De fouten die economen maken met voorspellingen van economische ontwikkelingen zijn vaak hilarisch. Hoe hebben we de effecten van de val van Lehman-brothers op de economie toch níet kunnen zien aankomen als economen? Waarom zijn de effecten van de eurocrisis toch zó onderschat? Waarom heeft niemand voorspeld dat die olieprijs zo kon dalen? Wat een prutsers die economen! Volgens sommigen moeten economen zich daar maar helemaal niet mee bezig houden. Immers, als je zo vaak zo de fout in gaat, kan je er beter mee stoppen. Onder deze critici ook genoeg economen.  Maar achteraf verklaren en kritiek hebben is relatief makkelijk. Vooraf zeggen waar het naartoe gaat is een stuk lastiger. Toch is voorspellen een onderdeel van het werk van economen dat toegevoegde waarde heeft.

Speciaal voor de sceptici/cynici brengen we een aantal studies uit waarin we kijken naar de wereld van overmorgen. Niet omdat we de pretentie hebben te weten hoe die wereld er exact uitziet. Wél om de belangrijkste zekerheden en onzekerheden van de trends die samen de toekomst vormen op een rijtje te zetten. We onderscheiden daarbij vijf terreinen die de wereld van overmorgen beïnvloeden:
demografie, duurzaamheid, geopolitiek, innovatie en economie. En natuurlijk kunnen die nooit enkel in isolatie bekeken worden: demografische ontwikkelingen hebben effecten op bijvoorbeeld duurzaamheid en geopolitiek, maar ook op economie. En zo zijn er meer onderlinge verbanden.

Een analyse van deze trends maakt de mogelijke ontwikkelingen in de wereld wat inzichtelijker. Dat is iets anders dan overzichtelijker, want één van onze conclusies is dat de wereld niet voorspelbaarder aan het worden is. Neem nu bijvoorbeeld demografie, van oudsher toch een van de meest voorspelbare relevante grootheden voor de economische groei. Door de migratiestromen als gevolg van geopolitieke onrust wijkt het huidige beeld daarvan aanzienlijk af van vroegere verwachtingen. En geopolitiek is ook behoorlijk minder overzichtelijk: geen stabiele koude oorlog, ook geen dominantie van de VS meer.

En wat is dan onze conclusie voor bijvoorbeeld de economische groei in Nederland? Ons antwoord daarop is nu: we weten dat we dat niet weten. Het CPB publiceerde onlangs nieuwe scenario’s tot en met 2050: eentje met gemiddeld 1% groei per jaar, de andere met gemiddeld 2% groei per jaar. En dat zegt genoeg: meer dan in de periode van na 2008, wellicht iets minder dan in de decennia ervoor.

Eén voorspelling durf ik met zekerheid te doen. Als mijn zoontje zeven is, wil hij geen Nijntje meer worden. En als ik hem een advies mag geven: word dan maar data scientist of iets anders waarmee je in de toekomst je brood kan verdienen. En geen econoom, zoals zijn vader. Dat is zo 2016.

Hans Stegeman
Hoofd Speciale Projecten Rabobank

Hans Stegeman werkt sinds 2007 bij Kennis en Economisch Onderzoek (KEO) van Rabobank, eerst als senior econoom, later als hoofd van het team Nationaal Onderzoek en daarna als hoofd Internationaal Onderzoek. Sinds 1 januari is hij hoofd Speciale projecten.
De belangrijkste werkzaamheden liggen op het terrein van lange termijn trends en scenario’s, de maatschappelijke agenda van de Rabobank en duurzame economie. Zijn werkterrein is al jaren zeer breed. Naast korte termijn (inter-) nationale conjuncturele vraagstukken, overheidsfinanciën heeft hij zich de afgelopen jaren ook bezig gehouden met duurzame economie, stress tests en scenario-analyses. Zo is hij een van de auteurs van het boek IN2030: Vier vergezichten. Lezingen, publicaties, columns en perscontacten zijn de manieren waarmee hij zijn analyses deelt. Daarnaast is hij lid van het bestuur van de Koninklijke Vereniging voor Staatshuishoudkunde (KVS).
Hans studeerde Algemene Economie aan de Universiteit Maastricht en werkte hiervoor onder andere als onderzoeker bij het Centraal Planbureau.

Column

geplaatst: 16-02-2016

Effe wachten...

Gek eigenlijk, die run op auto’s met lage bijtelling eind vorig jaar. Het leek nog wel harder te gaan dan eind 2013, toen er nota bene meer op het spel stond: het einde van de 0%-categorie. Vanwaar die haast?

Oké, wie echt toe was aan een nieuwe zakenauto kon zijn slag slaan, maar de indruk bestaat dat ook anderen zich lieten meesleuren in de gekte. Leuk voor de autobranche maar die heeft het afgelopen januari direct moeten bekopen met een 16,4% lagere afzet dan in dezelfde periode een jaar eerder. Benieuwd wat de rest van dit jaar brengt; vanaf 1 januari 2017 verandert de huidige categorie van 25% bijtelling naar 22% waardoor wachten loont.

Er zijn meer redenen om de knoop nog even niet door te hakken want 22% is natuurlijk nog steeds fors. Een internationaal actieve leasemaatschappij gaf eerder al te kennen dat een gemiddeld bijtellingspercentage van 11% “eerlijk” zou zijn ten opzichte van al die ongelukkigen die zelf hun auto moeten betalen. Bijtelling naar werkelijk privégebruik zou nog eerlijker zijn maar lijkt nog ver weg.

Een PHEV (Plugin Hybride) is met 15% bijtelling nauwelijks nog interessant dus wanneer het u vooral daarom gaat wordt het tijd de aandacht naar de 4%-categorie (volledig elektrisch) te gaan verleggen. Die stelt nu nog weinig voor maar brengt binnen afzienbare termijn betaalbare auto’s met een redelijke actieradius zoals de Tesla Model 3 en, meer down-to-earth, de Opel Ampera-E. Ook de “grote” merken laten in dit kader niet lang meer op zich wachten.

Duurt dat toch te lang? Overbrug de wachttijd dan met een bestaande lage bijteller via shortlease.

 

Martin Schuurman
Partner bij Oxonia Fleet Solutions

www.oxonia.nl

Column

geplaatst: 26-01-2016

Een nieuwe crisis graag!

Nu we met z’n allen vinden dat de crisis voorbij is gebeuren er weer opmerkelijke dingen. Dat de files weer langer worden is niet leuk, maar op autogebied is er meer om ons druk over te maken.

Daar waar sommige organisaties de mindere tijden hebben aangegrepen voor het doorvoeren van kostenbesparingen met betrekking tot het wagenpark, liet een groot aantal dit na. In mobiliteitsregelingen missen we nog vaak duidelijke afspraken over bij voorbeeld elektrisch rijden, tankgedrag en het inleveren van de auto.

Ook bij gerenommeerde bedrijven zien we nog altijd Plugin-Hybrides (PHEV) die meer dan 50.000 kilometer per jaar rijden (en dan dus niet of nauwelijks op stroom), universele tankpassen en innameschades zonder financiële gevolgen voor de berijder. Niet langs de snelweg maar bij voorkeur bij onbemande stations tanken betekent zo maar een daling van uw brandstofkosten met 5%.
Over PHEV’s gesproken; de werkgever die niet mee wil werken aan het voortijdig beëindigen van een lopend leasecontract om zo nog op tijd een 7%-bijtellingauto in te zetten heeft wat uit te leggen.

Zijn we dan helemaal terug bij af? De crisis was weliswaar een mooie kapstok om kosten te besparen maar dat wil niet zeggen dat dit nu niet meer zou kunnen. Sturing van berijdergedrag is niet ingewikkeld en kan veel opleveren, zonder in te grijpen in de autokeuzemogelijkheden van uw zakelijk reizende werknemers. Sterker, wie het slim aanpakt laat zijn medewerkers meeprofiteren in de opbrengsten. Laat u dus adviseren, juist nu.

Martin Schuurman
Partner bij Oxonia Fleet Solutions

www.oxonia.nl

Column

geplaatst: 14-01-2016

Fusie & Bedrijfsovername is Topsport

Fuseren of Bedrijfsovername is gelijk aan het bedrijven van topsport. Je moet constant scherp zijn, kunnen anticiperen op onverwachte wendingen, werken onder grote druk, emoties en belangen managen etc.

Om tot een definitieve fusie- of bedrijfsovernamedocument te komen dient een heel traject te worden afgegaan. Onderhandelingen tussen aandeelhouders, overleg met directies, overleg met vakbonden en ondernemingsraden en samenwerkingsprojecten initiëren tussen de beide bedrijven zijn nodig om uiteindelijk tot een succesvolle fusie te kunnen komen. Het vergt tact en zorgvuldigheid om ieders belang tot uiting te brengen in de fusie- of overnamedoelstellingen. Een fusie/overname kan tot gevolg  hebben dat er banen worden verplaatst of komen te vervallen. Met vakbonden dient een sociaal akkoord te worden gerealiseerd, zodat ook de belangen van de medewerkers worden gewaarborgd en (eventueel) beide ondernemersraden positief instemmen met de fusie/overname.

Fases
Om succesvol te zijn dient een fusie of overname opgesplitst te worden in 4 fases, te weten: de oriëntatiefase, de ontwerpfase, de inrichtingsfase en de transformatiefase.

Elke fase moet – rekening houdend met de gestelde doelstellingen en de emoties die hierbij horen - grondig worden doorlopen door een  uitgebreid programma op te stellen, waarbij communicatie een belangrijk item is in het proces.

Integratie
Met behulp van directie, het MT en de medewerkers van het nieuwe bedrijf, wordt uiteindelijk de organisatie getransformeerd tot een efficiënt, klantvriendelijk en voor medewerkers aantrekkelijk bedrijf.

Fusies en overnames hoeven zeker niet per definitie te mislukken. Indien de doelstellingen helder zijn verwoord in een fusie- of overnamedocument en er strak gewerkt wordt volgens een opgesteld programma kan een fusie of overname zeer succesvol zijn. Je moet wel over een strategie en tactiek beschikken en wat doorzettingsvermogen  hebben, kortom net Topsport.

Robert de Vries
Register Adviseur Bedrijfsopvolging
gecertificeerd Bedrijfsovername Specialist

Column

geplaatst: 14-01-2016

Waardecreatie: het belang van een dynamisch ondernemingsplan

Met enige regelmaat word ik gebeld of ik een bak koffie met een ondernemer wil drinken. Hij of zij loopt met het idee om het bedrijf te verkopen of over te dragen en zou graag willen weten wat de waarde van het bedrijf zou kunnen zijn.

Die vraag is logisch en snap ik heel goed. Ik vraag de betreffende ondernemer of deze dan het ondernemingsplan kan meenemen, zodat ik een beeld krijg waar het bedrijf de komende 5 jaar naar toe wil gaan, de organisatiestructuur, de markt, de kansen en de bedreigingen voor de komende jaren etc. etc.

Aan tafel ontvang ik vaak de jaarrekening van het vorige jaar en een begroting voor het huidige jaar. De ondernemer vertelt dan dat de groei voor de komende jaren minimaal 10% zal bedragen. En dan begint onze interessante discussie. Want waar is dat dan op gebaseerd?

Het ondernemingsklimaat is sterk aan veranderingen onderhevig. De wereld om ons heen verandert in razend tempo en voor de klant ontstaan er steeds meer mogelijkheden om zijn behoeften ingevuld te krijgen. Nieuwe technieken zorgen ervoor dat huidige producten sneller, efficiënter, goedkoper en/of beter kunnen worden geproduceerd. Er komt een steeds grotere vraag naar ontzorging, dus bedrijven die diensten aanbieden moeten daarop inspelen en niet vasthouden aan hun huidige manier van werken. Kortom uw businessmodel staat onder druk als u niet meebeweegt.

Ik daag ondernemers uit om ieder jaar een ondernemingsplan te maken en zich af te vragen wat de toegevoegde waarde van het bedrijf de komende 5 jaar zal zijn. Dit vertaal je dan naar een actieplan voor de korte termijn, vertaald in een begroting. Zo creëer je steeds waarde voor het bedrijf. Een crisis kan voorkomen worden door steeds vooruit te kijken en ontwikkelingen om te zetten in kansen. Regeren is vooruitzien.

Een koper kijkt op precies dezelfde wijze naar een onderneming. Wat kan ik er in de toekomst mee verdienen. Leg dat jaarlijks vast in uw ondernemingsplan, dat maakt uw zaak sterk!

Robert de Vries
Register Adviseur Bedrijfsopvolging
gecertificeerd Bedrijfsovername Specialist