Het Wageningen van Maarten van Rossem

Magazines | Proeftuin FoodValley

Historicus Maarten van Rossem is opgegroeid in Wageningen. Hij noemt het nog steeds zijn favoriete Nederlandse stad. “Waar in Nederland vind je nou een berg en een rivier zo dicht bij elkaar?” Maar tegelijkertijd doet de verwoesting van de monumentale structuur hem pijn. “De idioten die op bepaalde plekken in de stad zoiets lelijks bedacht hebben, zouden ze standrechtelijk moeten executeren”, moppert hij in zijn kenmerkende stijl.

Tekst: Kees Stap, Proef Wageningen Magazine
Fotografie: Cees Beumer

Wonen

In april was Van Rossem in Theater Junushoff waar hij onder de titel ‘Het Wageningen van Maarten van Rossem’ vertelde over zijn jeugdjaren. Voorafgaand aan de voorstelling gingen wij op pad met Van Rossem en bezochten met hem de plekken uit zijn jeugd die hij nog steeds koestert.

Javastraat 12
De familie Van Rossem kwam in 1944 in Wageningen wonen, toen vader Van Rossem een baan kreeg bij de Plantenziektekundige Dienst. Een jaar eerder was Maarten in Zeist geboren. Tijdens de oorlog moest de familie evacueren. Toen de kust weer veilig was, gingen ze op de Javastraat 12 wonen.

Beste vriend Frank
We wandelen met Van Rossem van de Javastraat naar het Spijk. Daar woonde zijn beste vriend Frank van Wijk. “Op de lagere school, de Eekmolen, werd ik gepest. Op het gymnasium aan de Wilhelminaweg werd het wel iets beter, maar ik ben nooit graag naar school gegaan”, mijmert Van Rossum. In Frank van Wijk vond hij een geestverwant. “We gingen elke avond wandelen. Van de Javastraat naar het Spijk, over de dijk en dan langs de Hof van Gelderland weer naar de Lawickse Allee. We hadden het niet over meisjes en voetbal, maar we hielden intellectuele gesprekken. Ik had toen al een brede historische belangstelling en Frank was geïnteresseerd in filosofie. Soms liepen we het rondje wel vier keer op een avond.”

Verwoesting van de vestingstad
Op het Spijk wentelt Van Rossem zich in de prettige gedachte dat hier nog steeds de sfeer van de jaren vijftig hangt. Dat verandert als we doorlopen en zicht krijgen op de nieuwbouwwijk Rustenburcht. “Als iemand die nou eens op zou willen blazen”, verzucht hij geërgerd. “Het zicht op de stad vanuit de uiterwaarden is totaal verpest.” En er is meer verpest vindt hij. “Onbegrijpelijk hoe ze hier zijn omgegaan met de monumentale status. Als je kijkt hoe de Stationsstraat er bij ligt. Hoe krijg je het zo lelijk! Het dempen van de stadsgracht, ook zoiets. Het verwoesten van de vestingstad vind ik een misdaad. Je zou verwachten dat in de Wageningse gemeenteraad slimme mensen zouden moeten zitten, maar wat dit betreft is het een stelletje onbenullen bij elkaar.”

In oude glorie herstellen
Van Rossem kalmeert weer enigszins als hij hoort over de plannen om de stadsgracht en de stadsentree op de Stationsstraat in oude glorie te herstellen. “Wat er fout is gegaan, kan inderdaad hersteld worden.” Hij bloeit weer op als we vanuit het Spijk de Dijk oplopen. “Dit is nou wel een stukje mooie nieuwe natuur. Wat een zegen dat Rijkswaterstaat hier in de jaren vijftig heeft voorkomen dat er een nieuwbouwwijk in de uiterwaarden zou komen.”

Kuifje lezen bij Kniphorst
Waar Van Rossem zeker nog even langs wil, is boekhandel Kniphorst. “Hier kwam ik in mijn jeugd elke zaterdagmiddag. Mijn favoriete boeken waren de avonturen van Kuifje, op het trapje in Kniphorst heb ik ze allemaal gelezen. Van meneer Heij mocht ik gewoon in de winkel zitten en boeken lezen, een beleid van zeldzame ruimhartigheid. Ik ben hem daar nog steeds dankbaar voor en maak dus altijd nog graag reclame voor de winkel. Ook al hebben ze nu wel een lelijke, moderne pui.”

Junushoff
Het is tijd voor zijn lezing in Junushoff, dus lopen we met hem naar het theater toe. Ook hier heeft hij herinneringen liggen. “Ik herinner me nog dat we in 1948 uit bed werden gehaald, omdat er een grote brand was. Junushoff is daarbij volledig afgefikt.” Aan de balletlessen van zijn zus denkt Van Rossem met tragikomisch genoegen terug. “Ze zat op de balletschool van Theo Bransz. Die hadden jaarlijks een uitvoering in Junushoff. Als ik je nou vertel dat mijn zuster én geen motorisch talent bezat én links en rechts niet uit elkaar kon houden, dan kun je je wel voorstellen welk drama die uitvoering was.” Van Rossem bekent meteen dat hijzelf geen motorisch talent had. “De danslessen bij Arntz waren dan ook een traumatische ervaring.”

Terug verhuizen?
Lange tijd heeft Van Rossem gedacht dat hij ooit weer in Wageningen zou wonen. “Tot enkele jaren geleden kreeg ik op een mooie zomeravond wel eens de neiging om naar mijn vroegere woonplaats te gaan. Dan pakte ik de auto, parkeerde die op Veerweg en ging dan wandelen over de dijk of over het Bergpad. De laatste jaren heb ik die drang niet meer. Ook mijn sentimentele wens om terug te verhuizen is verdwenen. Ik zou op zoek gaan naar een Wageningen dat er niet meer is. En ik krijg mijn vrouw Utrecht niet uit, moet ik eerlijk bekennen.”

De Van Rossems naar Wageningen
Over terugkomen naar Wageningen gesproken: gaat het tv-programma ‘Hier zijn de Van Rossems’ een bezoek aan onze stad brengen? In deze serie verkent Maarten van Rossem samen met zijn zus Sis en zijn broer Vincent steden in Nederland. Maarten doet dat als historicus, Sis als kunsthistorica en Vincent is expert op het gebied van architectuur. “Er komt een nieuwe serie en we hebben onlangs besproken waar we naar toe gaan”, zegt Maarten van Rossem. “Ik heb Wageningen voorgesteld, maar ik ondervond weinig enthousiasme. Mijn broer wil graag mee, maar mijn zuster vindt Wageningen maar niks. Ook bij de NTR zagen ze het niet echt zitten. ‘Wageningen is veel te klein, straks stuur je ons ook nog naar Bennekom’, was hun reactie. Voor dat laatste hoeven ze echt niet bang te zijn; ik blijf Wageningen promoten.” 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Proef Wageningen Magazine