Artikel

28-11-2019 10:44

Stikstofcrisis: ‘Makkelijke oplossingen zijn er niet’

Bouwprojecten liggen stil, boeren en bouwers bezetten het Malieveld en we gaan terug naar 100 km/h op de snelwegen. De stikstofproblematiek houdt de gemoederen bezig. Ook in de regio Foodvalley. Terwijl bestuurders, boeren, bouwers en burgers afwachten welke oplossingen in Den Haag worden bedacht, nodigden wij gebiedspartijen uit om te kijken welke bijdragen zij op regionaal gebied kunnen leveren aan een uitweg uit de crisis. Wij spraken met Petra Souwerbren (directeur van de Gelderse Natuur- en Milieufederatie), Hans Janssen (acquisiteur bouwbedrijf Van Grootheest uit Ede) en Theo Folmer (eigenaar van een gemengd agrarisch bedrijf in Lunteren).

De stikstofcrisis. Er gaat geen dag meer voorbij dat deze term niet in een journaal, een krant of online wordt behandeld. Ook in de regio Foodvalley is de kwestie een heet hangijzer. Ook omdat bijna de helft (46 procent) van alle stikstofdepositie in 2018 afkomstig is van landbouw, waar de regio rijk mee gevuld is. Onder leiding van gespreksleider Arnoud Leerling besloten wij om betrokkenen uit de bouwsector, agrarische sector en de natuur- en milieusector samen te brengen voor een gesprek over de complexiteit van de stikstofproblematiek, maar ook over de benadering op regionaal niveau.

TAFELGASTEN
In restaurant Grebbelounge in Renswoude schuift als eerste aan de directeur van de Gelderse Natuur- en Milieufederatie, Petra Souwerbren. “Wij zijn een belangenbehartiger voor natuur, milieu en leefomgeving en willen graag de verbinding zoeken met andere partijen. Met de politiek en het bedrijfsleven willen we kijken naar initiatieven om duurzame ontwikkelingen in gang te zetten”, aldus Souwerbren. De tweede tafelgast is Hans Janssen. Hij werkt als acquisiteur bij Van Grootheest Bouwgroep in Ede. “Wij werken inmiddels weer vooral in de regio Foodvalley nadat we in de crisistijd vooral in het westen van het land te vinden waren. We zitten nu vooral in woningbouw en de herontwikkeling daarvan. Dit jaar leveren wij meer dan 500 woningen op. Het grootste deel daarvan is vrijwel klimaatneutraal”, zegt Janssen. Uit de agrarische sector schuift Theo Folmer aan. Hij is behalve boer ook raadslid van de SGP in Ede. In Lunteren heeft hij een gemengd bedrijf: koeien en kippen. Van zijn 35 hectare grond wordt 32 gebruikt voor melkkoeien en 2,5 voor 6000 biologische kippen. Folmer is de achtste generatie van zijn familie in het boerenbedrijf. “Nee, ik ben niet op de trekker naar Den Haag gegaan. Ik had gewoonweg geen tijd, vanwege de geboorte van ons jongste kind, maar ik stond er anders ook niet om te springen. Het Malieveld was voor mij niet het terrein om mij te laten horen.”

PROBLEMATIEK
Laten we beginnen met een basale vraag: is er een stikstofprobleem in deze regio? En zo ja, kunnen we dat kwantificeren?
Souwerbren: “We hebben al heel lang een groot stikstofprobleem. Ik loop al een tijdje mee in de discussies over de ontwikkeling van de landbouw in relatie tot de omgeving en de belasting van die omgeving. De overbelasting komt in verschillende vormen steeds terug: mest, stikstof, fosfaat en ammoniak. Wat ik niet wist, is dat de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden in Gelderland het grootst is. Dat heeft te maken met de intensieve veehouderij. En de Veluwe is daarnaast een gevoelig natuurgebied. Dus ja, Gelderland heeft een groot probleem. Er zijn rapporten en cijfers waarbij mensen hun vraagtekens stellen, maar de trend, sinds de PAS weer een toename van stikstofuitstoot, kan niet ter discussie staan.”



Janssen: “Dat klopt. Ik heb nog, voordat over de stikstofcrisis werd gesproken, meegemaakt dat op Kievitsmeent, een bedrijventerrein in Ede, een grote mestverwerker neergezet zou worden. Die is er nog niet gekomen. Dat was een jaar of vier geleden en toen werd al gesproken over problemen met stikstof. We zouden geconfronteerd worden met een heel groot extra vrachtwagenbewegingen voor de aan- en afvoer van de mest en het eindproduct. Als bouwbedrijven kunnen wij de problemen niet alleen oplossen. Een van onze acties is meer in te zetten op herontwikkeling van panden, maar daarentegen draagt sloop bij aan verhoogde stikstofuitstoot. Dan heb je meer voertuigbewegingen nodig dan bij nieuwbouw. Keerzijde is dat met nieuwbouw veel innovaties worden gerealiseerd. Die helpen mee de uitstoot van stikstof te verlagen. Dat hoor ik eerlijk gezegd te weinig in de diverse discussies.”

Folmer: “Ik vind het moeilijk om te zeggen of er een stikstofprobleem is. Als ik vroegere generaties agrariërs spreek snappen ze niet wat er aan de hand is. Zij hebben altijd geploeterd om onze grond vruchtbaar te krijgen. Zij zeggen nu: alles groeit beter dan ooit. Maar er zijn zoveel regels. En daarin kun je ook te ver gaan. In 1980 kwam de eerste mestwet. 350 kilogram fosfaat per hectare was de limiet. De markt in Barneveld stond vol met boze boeren. Nu is de norm 85 en nog krijgt de sector de het verwijt dat het heel anders moet. Dat steekt wel. En voor de stikstof geldt hetzelfde. Als je een hectare grond had, had je een ton stikstof per jaar. Dat is inmiddels meer dan gehalveerd. Nu gebruiken we nog maar 400 kilo. Boeren hebben daarom behoefte aan feiten voordat er drastische maatregelen genomen worden.”

Souwerbren: “Ik snap dat er veel emotie en onrust is bij de boeren, maar ik zie ook dat dat leidt tot een defensieve houding. Ook boeren moeten meedenken over maatregelen en oplossingen, anders gaan anderen die voor hen bedenken. Het gaat ook om een duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische sector."

Folmer: “Maar de boer zit al vanaf zoveel kanten in de klem. Dan krijg je een heftige tegenreactie.”

Souwerbren: “Ik snap dat emoties nu geuit moeten worden. Maar blijf ook goed over de toekomst nadenken.”

NATUURBEHEER
Hoe zien jullie de huidige natuursituatie in de Vallei?
Folmer:
“Ik deel de mening met diverse natuurbeschermers dat de biodiversiteit ook in onze regio onder druk staat. Het aantal soorten planten, vogels en insecten neemt af. Dat baart ook mij zorgen. Bezuinigingen bij Natuurmomenten en Geldersch Landschap zijn hier debet aan. Nederland is te klein om dat te doen. Waar ik moeite mee heb is dat boeren en natuurbeschermers tegenover elkaar worden gezet. Je kunt boeren meer betrekken bij natuurontwikkeling. Neem het weidevogelbeheer. In een jaar tijd hadden we zeventig weidevogeleieren gevonden en in één nacht was alles weg door de vossen. Wij mochten niets aan de stijgende populatie vossen doen. En dan later boeren de schuld geven dat weidevogels het slecht doen. Wij voelen ons ook verantwoordelijk voor het natuurbeheer. We zien nu meer beweging vanuit Natuurmomenten om plannen te maken samen met boeren. We hebben te lang met de ruggen naar elkaar gestaan. In het stikstofdossier kan dit ook beter.”

Petra, heb jij een idee hoe het in de Vallei over een jaar of drie gesteld is met de natuurwaarden?
Souwerbren: “Als je nu maatregelen neemt, meet je niet volgend jaar het effect. Dat moeten we ons realiseren. Ik ben een van de kwartiermakers van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, daar zit ik ook met collega’s van Theo aan tafel om naar oplossingen te zoeken. Het is een perceptie uit het verleden dat we ons hierbij alleen moeten richten op planten en dieren in natuurgebieden. De biodiversiteit in het agrarisch gebied is ook van groot belang voor zeldzame soorten om te overleven. In het agrarisch gebied in Nederland is het slecht gesteld met de biodiversiteit. We moet een stappenplan maken om het gewenste niveau te behalen. Die stikstof- en depositiebelasting moet omlaag, maar er is geen eenvoudige oplossing. Wel moeten we de moed hebben enkele sectoren extra aandacht te geven. Ik denk vooral aan de intensieve kalverhouderij in de Gelderse Vallei. Door de aanvoer van veevoer hebben we hier een groot mineralenoverschot in de vorm van mest en stikstof.”



VEEHOUDERIJEN
Theo, jij hebt 55 koeien, maar zoveel koeien vinden we niet in deze regio toch?

Folmer: “Klopt, de Vallei is te kleinschalig om tegen de Friezen en de Noord-Hollanders op te boksen. Als je grond hebt die voor koeien te klein is, kun je je inkomen beter halen uit kippen. Er mogen 15 tot 20 duizend kippen in de uitloop die slechts enkele hectare groot is. Qua landschap is melkveehouderij wel mooier en rundveehouders hebben meer binding met de grond. Helaas zie je echter de kleinschalige melkveehouderijbedrijven stoppen, omdat ze het niet meer redden. De druk op deze bedrijven wordt nu verder vergroot. Daarom is het naar mijn idee nodig om niet alles over een kam te scheren. Kijk goed naar de onderscheidende sectoren binnen de landbouw en maak daar een plan voor. De melkveehouderij vertoont een heel ander plaatje dan bijvoorbeeld de kalverhouderij, waarin jonge stiertjes worden afgemest totdat ze een half jaar oud zijn. Die staan bijna allemaal op stal en produceren veel mest.”

Janssen: “Als je koeien weghaalt voor kippen wordt de stikstofbelasting dan groter?”

Folmer: “Ja, 55 koeien kennen een minder zware stikstofbelasting dan 20 duizend kippen.”

Souwerbren: “De landbouw heeft een groot aandeel in het stikstofprobleem. Dat hangt samen met het grote aantal dieren en de import van veevoer en kunstmest. Die omvang is niet houdbaar. Toch vind ik dat het debat niet alleen over de landbouw en boeren moet gaan. Het gaat ook om het voedselsysteem wat we samen hebben gecreëerd. Landbouw moet een deel van de oplossing bieden voor de stikstofuitstoot, maar ook andere sectoren moeten hun bijdrage leveren.”

Folmer: “De luchtvaart? We hebben met vliegveld Lelystad ook veel vrachtbewegingen in de regio.”

Souwerbren: “Eens, maar de uitstoot in luchtvaart is voor stikstof niet groot. Dat heeft te maken met dat het hoog in de atmosfeer zit. Er zijn daarnaast andere redenen om bezwaar te hebben tegen vliegveld Lelystad, en die brengen wij ook in.”

Folmer: “Er waait wel stikstof over van industrie uit Duitsland toch?”

Souwerbren: “Ja, er komt stikstof overwaaien, maar wij exporteren meer dan ons land binnenkomt.”

Janssen: “Stel dat de bedrijven investeren in stikstofwassers komen, kun je het probleem dan al deels oplossen?” Souwerbren: “Dan houd je wel de omvang van de veestapel in stand. Je moet techniek niet uitsluiten, maar wel betrekken als onderdeel van de oplossing.” Janssen: “Je kunt ook kijken of sommige boeren wel of niet verder willen gaan. Als je daar de vinger achter kunt krijgen, kun je gelijk een stuk sanering meenemen.” Folmer: “Er zijn genoeg boeren die al willen stoppen. Een warme sanering zou een stimulans kunnen zijn. Als die sanering op basis van juiste cijfers gebeurt is de bereidheid ook groter om iets te doen.”



AGROFORESTRY
Zijn er nog meer oplossingen die bij kunnen dragen aan het terugbrengen de stikstofuitstoot?
Souwerbren
: “De natuurgebieden zijn minder kwetsbaar voor stikstofdepositie en verzuring van de bodem als ze robuuster en groter zijn, als er bufferzones omheen zitten. Ook dat is een deel van de oplossing.”

Folmer: “Ik zit vijf, zes kilometer van de Veluwe. De hele Veluwe is 78 duizend hectare. Als we er 10 duizend hectare bij aan knopen wordt het dan opeens stukken beter?”

Souwerbren: “Veluwe is het grootste landnatuurgebied en is robuust. Maar we hebben ook heel veel kleintjes, kleiner dan 100 of 120 hectare. Voor de Veluwe geldt vanwege die intensieve veehouderij dat we een bufferzone met grondgebonden landbouw zouden kunnen creëren. Landbouw hoeft niet weg. Maar er kan andere landbouw komen.”

Folmer: “De meeste habitats hebben een overschot tot 700 mol stikstof per hectare per jaar. 700 mol per hectare is 10 kilo zuivere stikstof. Het is naar mijn idee mogelijk om die 10 kilo per hectare per jaar te verwijderen uit de natuurgebieden, door beheersmaatregelen. In het kringloopdenken past dat goed. In een heidelandschap kun je bijvoorbeeld een deel gaan maaien en er compost van maken. Dat kun je weer gebruiken voor omliggende veehouderijen. De kringlooplandbouw kan zo gestimuleerd worden. We gaan dan eigenlijk weer terug naar vroeger, toen de schapen hun voedsel van de heide haalden en de boeren de heiplaggen gebruikten voor strooisel. Die uitstootreductie gaat een aantal jaar kosten, maar die tijd moeten we nemen.”

Is agroforestry, ook wel boslandbouw, wat jullie betreft een optie om naar meer verwevenheid te gaan met landbouwgrond?
Souwerbren:
“Ik vind dat super interessant. Er zijn veel redenen waarom we meer bomen in ons landschap willen. Het areaal bos is nu erg laag. Bomen dragen enorm bij aan het vastleggen van CO2. Bomen zijn een grondstof voor functies, waarvan we een hoop zijn vergeten. De bouwsector heeft nu last van het feit dat er stikstofproblemen zijn en er geen vergunning ruimte is. Maar we hebben ook een ander probleem: met het klimaat en de broeikasgassen. En daar is de bouwsector ook een belangrijke speler in. Op een aantal fronten zou de bouwsector sneller moeten innoveren. De vervoersbewegingen zijn een belangrijke factor. Waarom moet je alles op de bouwlocatie doen? Als je meer prefab gaat werken neemt de belasting en het aantal vervoersbewegingen af. Wij pleiten als organisatie ook al langer voor hout als hoogwaardige grondstof voor een duurzame bouwsector.”

Hans, stel je voor dat je alleen met houtbouw verder moet en niet met betonbouw, wat zou dat betekenen?
Janssen
: “Dat kan, maar dan wijzigt er een heleboel. Even los van alle constructieve zaken die dat met zich meebrengt. Maar veel draait tegenwoordig om energieneutraal maken. En zelfs Zweden importeert hout uit Canada om in eigen land te bouwen. Je moet uiteindelijk toch veel extra hout importeren, dat leidt tot een hoge CO2 uitstoot. Liever zie ik dat je begint met bijvoorbeeld 10 procent meer hout in te zetten. Er kan veel meer met hout dan we nu doen. Het voordeel van houtbouw is dat nog meer met geprefabriceerde elementen kan worden gedaan.”

ONDERSTEUNING
Kunnen we vrijkomende landbouwgrond ook benutten voor bosbouw?
Folmer:
“Op sommige plekken wel. Zeker bij uitlopen van de kippen. Alleen de gemeente Ede heeft al 70 procent van de totale biologische kippen in Nederland. Die hebben een uitloop van vier vierkante meter per kip. Op die hectares groeit niets omdat de kippen alles op eten. Bomen redden het daar wel. Ik heb berken, iepen, wilgen, eiken. Alles doet het. Houtbouwers willen liever naaldhout. Ik weet niet of al mijn collega’s daarvoor open staan, maar ik zie hier wel kansen.”

Hoe kunnen we in deze regio het gesprek organiseren met de agrarische sector?
Folmer
: “Het is moeilijk om draagvlak te krijgen bij de boeren, omdat ze niet goed georganiseerd zijn. Ze komen niet meer veelvuldig naar bijeenkomsten. Wanneer je een avond organiseert zou je iedere boer 40 euro per uur moeten betalen. De bijeenkomsten over duurzaamheid en waterkwaliteit lopen leeg. Er zitten zes boeren en negen mensen van projecten die wel hun uren schrijven. Als we het lef hebben en dat gelijk trekken, kan er iets veranderen. Je moet boeren waarderen voor hun kennis en ervaring en gelijk behandelen als consultants.”

Souwerbren: “Moet je in zo’n proces volledig gesteund willen worden door je achterban? Dat kan ook verlammend werken. Je kunt ook kijken welke bedrijven mee willen. Dat werkt misschien wel effectiever en sneller.”

Wat zijn belangrijke elementen voor een vervolg?
Souwerbren: "Ik vind het heel belangrijk dat de biodiversiteit herstelt en dat we een goede kwaliteit natuur hebben in een gezonde leefomgeving. Ik zou willen werken naar een landbouw die natuur inclusief en grondgebonden is. Ik snap dat dat niet van vandaag op morgen is geregeld. Maar we moeten onder ogen zien dat de omvang van de veehouderij op maatschappelijk bezwaren stuit, vanwege dieraantallen, mestoverschot, dierziekten en luchtkwaliteit. Voor de ontwikkeling naar een duurzaam landbouwsysteem is het aandeel van andere ketenspelers en de consumenten net zo belangrijk als van de boeren. Wij snappen dat je niet meer kwaliteit van de boer kunt vragen dan je hem betaalt.”

Folmer: “De meeste boeren vinden het ook niet erg om van 100 naar 60 koeien te gaan, als er maar voldoende inkomsten uit te halen zijn. Schaalvergroting was jarenlange de enige manier om te overleven. Wie niet meedeed is er nu niet meer. Maar wie geeft mij de garantie dat ik bij inkrimping nog voldoende brood op de plank krijg? Als dat geregeld kan worden heb ik ook een perspectief voor een opvolger.”

Souwerbren: “Wij willen meezoeken naar oplossingen en weten ook dat de regelgeving in Brussel en Den Haag soms contraproductief werkt. Je hebt mensen nodig die bereid zijn om verder te kijken dan hun eigen belang en ook oprecht zoeken naar oplossingen. Makkelijke oplossingen zijn er niet.”

Janssen: “Iedereen zit naar elkaar te kijken. Die impasse moeten we doorbreken. Als we samen niets doen hebben we een veel groter probleem. Het beste is om met z’n allen de handen ineen te slaan.
Algemene voorwaarden | privacy statement