Column

30-07-2021 09:33

Betalingsregeling door de rechter opgelegd?

U heeft een klant die niet betaalt. Natuurlijk heeft u zelf al veel gedaan om uw klant te laten betalen: aanmaningen gestuurd, gebeld, gemaild en misschien zelfs een aangetekende brief gestuurd. Niets helpt. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom een klant niet betaalt: hij is niet tevreden, hij is een notoire wanbetaler of hij heeft het geld gewoonweg niet. In het laatste geval kan het goed zijn te proberen een betalingsregeling af te spreken met uw klant. Langzamerhand krijgt u de vordering dan toch betaald.

Hebben uw pogingen om tot betaling te komen niet geholpen, dan kunt u een incassobureau benaderen om uw vordering te innen. Het incassobureau zal proberen in het zogenaamde buitengerechtelijke traject (het traject voordat er een procedure wordt gestart) de klant alsnog te laten betalen. Daarbij zal zeker geprobeerd worden een betalingsregeling af te spreken met de klant. Sommige schuldeisers hebben hier echter geen oren naar. Ze willen snel van de zaak af. Begrijpelijk, want het speelt meestal al langere tijd en in die tijd zijn er al behoorlijk wat pogingen gedaan om de klant te laten betalen. Toch is het wel aan te raden om akkoord te gaan met een voorgestelde betalingsregeling, omdat:
  1. de onderlinge verhoudingen zo min mogelijk op scherp worden gezet;
  2. als er niet ineens betaald kan worden, de vordering nu toch langzamerhand voldaan zal worden en
  3. als de betalingsregeling niet nagekomen wordt, je in een eventuele procedure sterker staat (de klant heeft dan namelijk toegegeven dat de vordering bestaat, verweer voeren heeft dus geen zin).

In de wet staat op dit moment nog opgenomen dat een schuldeiser recht heeft op betaling in zijn geheel. Echter, op 18 juni 2021 heeft Sander Dekker (de minister voor Rechtsbescherming) een Kamerbrief geschreven, waaruit blijkt dat hij voornemens is om de rechter de bevoegdheid te gaan geven om betalingsregelingen op te leggen. Uit het bij deze brief behorend onderzoeksrapport blijkt dat schuldenaren vaak denken dat ze door op de zitting te verschijnen alsnog een betalingsregeling kunnen afspreken. Dit is echter niet het geval. Een rechter beoordeelt puur en alleen de juistheid van de vordering.

Vaak komt er alsnog na het vonnis een betalingsregeling tot stand, maar deze vindt dan plaats bij de deurwaarder die de executie van het vonnis op zich heeft genomen. Hier horen weer allerlei kosten bij. De schuldeiser draagt van deze kosten het risico, maar kan die wel op de schuldenaar verhalen. De schuldenaar heeft vaak in het executietraject het gevoel dat de vordering al bijna afgelost is, maar dan blijkt dat alleen nog maar de kosten van de deurwaarder zijn voldaan. Als de rechter de betalingsregeling alvast vaststelt, kunnen daarmee onnodige kosten worden voorkomen. Dit beperkt dan tegelijk ook het kostenrisico van de schuldeiser die bij nakoming van de betalingsregeling geen executiemaatregelen hoeft te treffen.

Kortom: het is over het algemeen genomen beter om in het voortraject al een betalingsregeling af te sluiten.

CORIAN OUDSHOORN
incassomedewerker Wolleswinkel Hofman Advocaten
info@wolleswinkelhofman.nl
delen:
Algemene voorwaarden | privacy statement