Gemeente Barneveld klaar om overgang naar circulaire economie te faciliteren

Magazines | Vallei Business nummer 4 2020



Vaak maken gemeenten eerst beleid alvorens dat te toetsen bij bewoners en ondernemers. In Barneveld gaat het andersom: eerst feedback ophalen om daar vervolgens beleid op te ontwikkelen. Ook in de transitie naar een circulaire economie zal de ruimte die de gemeente aan ondernemers laat om vanuit hun eigen situatie en wensen mee te doen, de sleutel tot succes blijken. “Waar beleid maken over het algemeen vooral ‘zenden’ is, daar vragen wij: wat heb je nodig, wat kunnen wij doen?”


Op het moment van gesprek met Vallei Business is Martine Burgstaller krap een maand werkzaam als Beleidsmedewerker Duurzaamheid bij de gemeente Barneveld waar ze zich bezighoudt met circulaire economie. Toch voelt ze zich nu al als de spreekwoordelijke vis in het water. Het gemeentelijk beleid, waarin participatie vooropstaat, spreekt haar bij uitstek aan. Dat neemt niet weg dat het voor haar als sociale verbinder die van persoonlijk contact houdt, zwaar valt om zich uitgerekend in coronatijd in te moeten werken. De meeste collega’s ziet ze voornamelijk via Microsoft Teams. Ze is dan ook blij met het directe contact dat ze al heeft met Alfred Gijlers, die betrokken is bij een project over circulariteit in relatie tot (vrijkomende) agrarische bebouwing. “Ik houd me, naast Circulaire Economie, ook bezig met lopende ruimtelijke projecten en duurzaamheid binnen de gemeente zelf. Zo ga ik bijvoorbeeld binnen onze organisatie de CO2 –prestatieladder oppakken. Want uiteindelijk moet je, wanneer je duurzaamheid als gemeente promoot, ook je eigen huis goed op orde hebben.” In het bedrijfsrestaurant van het gemeentehuis is daar al een begin mee gemaakt, zegt Burgstaller, want die koopt regionaal geproduceerde producten in.

SLIM SLOPEN
Gijlers neemt veel ervaring mee en werkt sinds een jaar bij de gemeente Barneveld als Strategisch Adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling. Een brede portefeuille waarvoor hij zich op algehele gebiedsontwikkeling richt. En project matig dus betrokken bij circulariteit. “We zoeken daarvoor contacten met agrarische ondernemers die willen stoppen met hun bedrijf en zodoende voor de sloop van hun schuur komen te staan. Met het project willen we hen bewegen om zodanig te demonteren dat materialen op een hoogwaardige manier hergebruikt kunnen worden. Want uiteindelijk moeten we die kant op: minder afvoeren naar de stort, meer hergebruiken. ” Het project richt zich bijvoorbeeld op het bij sloop vrijkomende beton, legt Gijlers uit. “De bedoeling is dat bij demontage van de schuren het vrijkomende beton zodanig verwerkt wordt dat je er nieuw beton van kunt maken. Zo kun je aanzienlijk besparen op nieuwe grondstof. Die grondstoffen hoef je zodoende ook niet meer te winnen. Je kunt op die manier meer dan 50% besparen op alle CO2 –uitstoot die daarmee gepaard gaat.”

Daaruit blijkt bovendien hoezeer circulariteit en duurzaamheid met elkaar verbonden zijn. Burgstaller: “Het één is onderdeel van het ander en circulair slopen draagt in belangrijke mate bij aan de stevige doelstellingen die er ook vanuit het Rijk liggen. Zo is het streven dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie zal hebben. Door een verwachte schaarste aan grondstoffen, zullen de kosten gaan stijgen, wat nog een extra stimulans is om circulariteit te stimuleren.” Ze wil de komende jaren daarom in contact komen met ondernemers en kennismaken met de initiatieven die er in en rond Barneveld al zijn. “Ik wil helder krijgen wat wij als gemeente kunnen bijdragen om een circulaire economie te faciliteren. Want ga je dat eenmaal waarmaken, dan ga je heel veel CO2 besparen. Doordat je processen op circulariteit afstemt, reduceer je de hoeveelheid afval en het aantal logistieke bewegingen namelijk sterk. Om dit te realiseren wil ik de komende tijd daarom vooral in gesprek gaan met het bedrijfsleven.”



Het project om een circulaire toekomst aan te gaan met agrarische bebouwing is een aansprekend voorbeeld van een initiatief dat er al ligt en dat in samenwerking met het bedrijfsleven en ook het onderwijs wordt gedaan, vertelt Gijlers. “Die samenwerking met bedrijven als G. van Beek en Zn., Roseboom, Rabobank en Boot heeft grote meerwaarde. Je versterkt elkaar enorm. Je brengt praktijk bij beleid. Inmiddels hebben we ook het Platform Circulaire Toekomst Buitengebied opgericht om dat netwerk te vergroten en als ambassadeur aanspreekbaar op dit onderwerp te zijn. Voor dat netwerk profiteert de gemeente bovendien van een karaktertrek die in de Barneveldse gemeenschap zit. Die gemeenschap, zo leert een uiteenzetting van Gijlers, bezit een echte ‘hands on’-mentaliteit en dat biedt goede perspectieven op het invullen van de forse circulariteitsambities. “Elke nieuwe medewerker die bij de gemeente in dienst komt, krijgt bij de introductie tevens een kort college van onze burgemeester. Een vast onderdeel van zijn verhaal is het DNA van Barneveld, want nieuwe ambtenaren moeten uiteraard weten voor wie ze werken. Barneveld is een gemeenschap van aanpakkers. Die boodschap krijgen nieuwelingen hier heel duidelijk mee.”

ZELF, SAMEN, GEMEENTE
Hoewel Gijlers dat begrip ‘dorp’ direct nuanceert wanneer hij vertelt dat Barneveld qua omvang de vijfde gemeente van Gelderland is. Eerder een kleine stad dus. “Dat we een doe-gemeente zijn met een groot bestand aan mkb-ondernemers, maakt ook dat we hier gevoel hebben voor de langere termijn. Onze ondernemers willen iets doorgeven aan volgende generaties. Daarbij hebben ze een grote zelfstandigheid, wat uitstekend binnen de gemeentelijke visie past. Niet voor niets is ons adagium: zelf, samen, gemeente. Eerst lossen Barnevelders zaken zelf op, vervolgens helpen ze elkaar en als er dan toch nog iets extra’s nodig is, dan  wil de gemeente daar als vangnet een rol in spelen. We laten dus veel ruimte aan onze ondernemers en koesteren die ook.”

Hoewel er dus ruimte voor initiatief bij ondernemers ligt, willen Gijlers en Burgstaller de komende tijd actief investeren in het leggen van contacten. Want juist met die verbindingen, in dat netwerk, kun je meer bereiken, zoals het project om agrarische bebouwing meer circulair te krijgen, laat zien. Want ondernemers willen een korte lijn naar de persoon binnen gemeenten en andere instanties die hen concreet verder kan helpen, besluit Burgstaller. Die infrastructuur krijgt momenteel vorm, zodat alles communicatief ook soepel zal verlopen. “Een belangrijke vraag die er in deze communicatie door ons aan agarische ondernemers wordt gesteld, is: als je gaat stoppen met je bedrijf en je bent bereid om je sloopmateriaal aan te bieden voor ons circulaire project, laat mij dat dan weten.”

Dat Barneveld aan het begin van iets moois staat, daarvan zijn deze twee doelgerichte beleidsambtenaren overtuigd. Samen met praktisch ingestelde Barneveldse ondernemers zullen ook ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen haalbaar blijken, denken ze. Hun boodschap is dan ook simpel: het begint allemaal met een telefoontje.

WETHOUDER DIDI DORRESTIJN-TAAL: “INVESTEREN IN DE LANGE TERMIJN.TYPISCH BARNEVELD.”
“Barneveld is een prachtige plek om te wonen én te werken. We zijn een gemeente van aanpakkers. Barneveldse ondernemers kijken daarbij vaak naar de langere termijn. De continuïteit van het bedrijf, zo mogelijk voor de volgende generatie, staat centraal; daar hechten ondernemers waarde aan. Dat verklaart ook hun interesse voor en deelname aan circulair ondernemen. Niet alleen nú geld verdienen, maar ook investeren in de lange termijn.” “Ik denk met veel waardering terug aan 2018 toen Rabobank Gelderse Vallei een challenge organiseerde voor ondernemers over het thema circulaire economie. Het was mooi om te zien dat ondernemers heel goed keken naar wat het opleverde, en verrast werden door de kansen die circulariteit hun bedrijf bood; zowel in bedrijfsvoering als in het productieproces. Vanuit de gemeente Barneveld deed destijds een aantal ondernemers mee. Zij hebben vervolgens het vuurtje flink aangewakkerd.”
delen:
Algemene voorwaarden | privacy statement