Goede ideeën ontstaan vaak spontaan – op een bierviltje, tijdens een gesprek of midden in de nacht. Maar om echt impact te maken, moeten ze worden uitgebroed. Bij LABNEST in Ede krijgen jonge ondernemers de begeleiding om van idee tot startup te groeien. ‘Een clubhuis voor jonge ondernemers,’ zegt oprichter Valerie van Zuijlen, ‘waar je het ondernemerschap niet alleen hoeft uit te vogelen.’ En zodra een startup de markt op kan? Dan verlaat die het nest – klaar om zelf te vliegen!
De Edese Valerie van Zuijlen zag het overal: goede ideeën genoeg – maar ze kwamen zelden van de grond. Dat inzicht kwam niet uit het niets. Ze begon als grafisch ontwerper aan de kunstacademie in Arnhem, maar raakte gefascineerd door wat er áchter het beeld zat. ‘De techniek, de software – dát vond ik interessant.’ Die nieuwsgierigheid bracht haar naar Computerwetenschappen en Elektrotechniek aan Stanford University, midden in Silicon Valley. Ze volgde daarna een master Science Fiction filmregie in New York, een tweede master in Amsterdam en dook tussendoor in de wereld van videogames in Hongkong. ‘Ik creëerde een beetje mijn eigen wereld,’ zegt ze. Maar één gedachte bleef hangen: waarom stranden zoveel goede ideeën vóór ze het daglicht zien?
Eettafel
Toen corona uitbrak en Van Zuijlen terugkeerde naar haar geboortestad Ede, begon er iets te borrelen. ‘Mijn familie is heel ondernemend. Aan de eettafel leerde ik als kind al: je moet kansen grijpen.’ De wereld stond stil, en dat gaf ruimte om na te denken. Haar gedachten gingen terug naar de jonge ondernemers die ze in Silicon Valley had ontmoet: briljante ideeën, maar vaak geen plek om te landen. Wat als die plek er wél was? ‘À la sciencefiction: je hebt iets wat fictie lijkt, en daar maak je pure science van. Waarom niet hier, in Regio Foodvalley?’ In 2021 maakte ze haar droom waar: LABNEST was geboren! De naam verklapt het al: een innovatienest voor de volgende generatie ondernemers.
Vuurdoop
De eerste stappen zette Van Zuijlen in een klein kantoortje op de begane grond van het LABNEST-pand aan de Newtonstraat. De coronapandemie bleek geen hindernis – integendeel. ‘Alle panden stonden leeg. Ik kon zo iets op de kop tikken,’ zegt ze. Nog één ingrediënt miste: jong talent met ondernemerszin, maar dat liet niet lang op zich wachten. De vuurdoop kwam toen de Christelijke Hogeschool Van Zuijlen vroeg een evenement te organiseren voor honderd bedrijfskundestudenten. ‘Ik had nog nooit zoiets gedaan, maar ik zei: ja hoor, dat kan bij mij!’ Op het terrein achter het pand verrees een grote tent – ‘net een filmproductie’ – met sprekers, studenten die hun ideeën pitchten aan ondernemers, en als klap op de vuurpijl: een helikoptervlucht voor de winnaar. ‘Een beetje die Amerikaanse droom: alles is mogelijk.’
Partners
De ideeën stroomden al snel binnen, vanuit alle hoeken van het land. Nu nog de juiste partners. Van Zuijlen dook het internet op, op zoek naar de beste experts – van juridisch en financieel advies tot app-ontwikkeling en marketing. In eerste instantie keek ze in de regio. ‘Ik ben gewoon gaan kijken: wat zit hier in de buurt? Maar op een gegeven moment dacht ik: de regio mag ook verder reiken. En nu werken we eigenlijk met mensen uit heel Nederland.’
Sommige partners kende ze via familiebedrijven, maar ze keek ook verder. ‘Wie zijn binnen grote corporates de jonge aanjagers die met onze generatie kunnen meegroeien?’ Zo ontstond een dynamische mix: van starters binnen grote organisaties tot ondernemers met een eigen bedrijf. ‘Allemaal mensen met diezelfde energie – die bouwen wíllen.’
Startschot
Jonge ondernemers stappen LABNEST binnen voor een startup-builderprogramma van negen maanden. Het begint met een idee op een bierviltje – nog zonder vorm, maar met potentie. De enige voorwaarde: het moet de wereld een beetje beter maken. ‘Ik laat ze hun idee pitchen,’ zegt Van Zuijlen. ‘Dan voel je meestal meteen: go or no go, een beetje als Shark Tank.’ Gaat het licht op groen, dan volgt de business shower: het officiële startschot. ‘Op dag één richt je je BV op en word je directeur van je eigen bedrijf.’ Elke startup krijgt een innovatielab – een kantoor in het LABNEST-hoofdkwartier – en doorloopt vier fases richting businessplan en prototype. Er wordt gebouwd, getest en bijgeschaafd tot de eerste versie staat: het minimum viable product (MVP).
Uitvliegen
‘Vanaf daar kijken we: kan dit de markt op? Is het klaar voor investeerders?’ De één vliegt na negen maanden uit, de ander broedt wat langer. Een van die startups is StatieHeld. ‘Er kwam een jongeman bij ons die zei: er komt statiegeld op blikjes en flesjes – dat wordt één grote rotzooi. Daar moeten we iets op verzinnen.’ LABNEST hielp het idee te vertalen naar een slimme oplossing: automaten die statiegeld direct uitbetalen of doneren aan een goed doel. ‘Nu zetten we dagelijks zo’n tien automaten weg.’ De startup ontwikkelde zich anderhalf jaar binnen LABNEST – een lange broedperiode, maar precies goed. ‘Want als een startup nog niet klaar is voor de markt,’ zegt Van Zuijlen, ‘heeft een investeerder er ook niks aan.’
Accelereren
LABNEST helpt startups versnellen – of zoals Van Zuijlen het zegt: ‘We accelereren ze hier: van idee tot markt, en dan vliegen ze het nest uit.’ Toch noemt LABNEST zich geen incubator, maar een startup builder: ze investeren niet alleen kapitaal en netwerk, maar bouwen met een team mee aan de startup. Geen loze belofte: zodra een startup instroomt, wordt LABNEST medeaandeelhouder. ‘Als je niet in de operatie zit, gebeurt er niks.’ Die aanpak is uniek in Nederland, en dat blijkt uit de resultaten: ‘Ze zeggen: één op de tien startups slaagt. Daar geloof ik niet in. Bij ons is het eerder één op twee. Of drie op zes – net hoe je het bekijkt.’
Coachen
Niet elke startup volgt het volledige startup-builderprogramma. Voor sommigen is de Startversneller precies de ondersteuning die ze nodig hebben: een programma van Oost NL voor startende ondernemers in Gelderland en Overijssel. Met een voucher van duizend euro krijgen ze toegang tot coaching en LABNEST-expertise. ‘Soms komen startups met vragen bij ons, zonder dat ze officieel meedraaien. Die helpen we dan via de Startversneller.’
Ook buiten dat traject denkt LABNEST mee. ‘We doen weleens losse consults, maar bouwen liever echt mee.’ Daarom maakt LABNEST scherpe keuzes. ‘We hebben onze startups, bedrijvenlijn, Startversneller, soms wat consultancy… maar we doen niet alles tegelijk. We kiezen projecten waarvan we denken: dáár zit toekomst in. Dáár gaan we vol voor.’
Nestwerk
Dat een netwerk veel kan betekenen, weten ze bij LABNEST als geen ander – of beter gezegd: het nestwerk, zoals Van Zuijlen het noemt. Startups, partners, overheden en instellingen worden daarin met elkaar verbonden. ‘Laatst sprak ik een startup zonder ruimte. Even bellen met de gemeente Ede: hebben jullie nog wat over? Ja hoor! Hup – gematcht.’
Alles komt samen tijdens het jaarlijkse Nestwerk Event: een dag vol sprekers, inspiratie en – natuurlijk – de uitgevlogen startups. ‘Het is een soort familie, een nestwerk dat zich voortzet.’ Daarnaast ontvangt LABNEST delegaties in de eigen mini-bioscoop en delen ondernemers hun verhaal in de podcast LABCAST. Bovendien blijft geen idee ongebruikt, dankzij samenwerkingen met de Christelijke Hogeschool Ede en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. ‘Soms blijft een idee op de plank liggen als een startup stopt. Dan geven we het aan studenten en gaan zij ermee verder.’ Zo blijft het nestwerk in beweging.
Innovatie
LABNEST is zelf óók een startup – en groeit mee met de ondernemers die binnenstappen. ‘We ontwikkelen hier niet alleen startups,’ zegt Van Zuijlen, ‘we innoveren ook in ons eigen bedrijfsmodel.’ Met een jong team onder de dertig brengt dat soms de nodige uitdaging: ‘Je hebt soms echt geen idee hoe je alles intern goed organiseert,’ zegt Van Zuijlen. Neem StatieHeld, een startup met veel potentie, waar een nieuwe organisatie omheen moest komen. ‘Investeerders wilden door, maar dan wel met mij aan het roer,’ vertelt Van Zuijlen. ‘Ik dacht: ik heb LABNEST al. Hoe dan?’ Toch deed ze het. ‘En ineens had ik twee petten op.’ De focus ligt nu op StatieHeld, maar Van Zuijlen kijkt vooruit: ‘Wie weet wat er straks weer langskomt. Maar ik leer hier zó veel van. Misschien wel het belangrijkste: het zijn niet de ideeën die het verschil maken, maar de mensen die ze waarmaken.’
Dit artikel komt uit de zevende editie van het online magazine Innovatiemonitor Regio Foodvalley. Meer inspirerende verhalen van innovatieve ondernemers lezen? Kijk dan op: https://innovatiemonitor.regiofoodvalley.nl








.gif)
