Forum circulair bouwen: Van bezit naar gebruik

Magazines | Vallei Business nummer 2 2018

De overheid wil dat de Nederlandse economie in 2050 voor 100 procent circulair is. In 2030 moet dat cijfer rond de 50 procent liggen. De bouw heeft als grootverbruiker van grondstoffen en energie en veroorzaker van een enorme berg afval dus geen keuze. Het roer moet om. Tijdens het forum over circulair bouwen dat Vallei Business onlangs organiseerde, bogen diverse experts uit de bouwwereld zich over dit onderwerp.
 

Daaf de Kok, adviseur van Netwerk Betonketen, windt er geen doekjes om. De wereldbevolking groeit te hard. De uitputting van grondstoffen is volgens hem dan ook nabij. “Toen ik in 1961 geboren werd, deelde ik de aarde met drie miljard mensen. Op dit moment wordt de aarde bewoond door 7,6 miljard mensen en dit jaar zijn er al 1,5 keer zoveel mensen bijgekomen als Nederland groot is. We groeien door naar 10 miljard bewoners. Als we op deze voet verder gaan, dan houdt het een keer op. Op 2 augustus 2017 was het Earth Overshoot Day. Dit is een dag van een bepaald jaar wanneer - vanaf 1 januari geteld - de mensheid wereldwijd net zoveel van de aardse grondstoffen, voedingswaren, en dergelijke heeft opgebruikt als wat de aarde in één jaar tijd terug kan opbrengen en aan geproduceerde afvalstoffen kan verwerken. Het moet radicaal anders.”

 

Essentiële rol

De bouw kan een essentiële rol hierin spelen volgens De Kok. “We moeten naar een circulaire bouw- en sloopsector, alhoewel deze radicaal anders is ingericht dan de lineaire keten van vandaag. Voor deze omvorming is in de eerste plaats een levenscyclus-benadering noodzakelijk, in plaats van de huidige aanpak op korte termijn. Hierdoor daalt de impact van materiaalwinning drastisch, net als de afvalproductie tijdens de bouw, renovatie en sloop.” 

Ron van Wijk, eigenaar GFSC Consultants and Engineers, merkt hierbij op dat recycling op dit moment weinig meer is dan ‘downcycling’. “Het materiaal verliest hierbij immers aan waarde.” Volgens hem biedt modulair bouwen, waarbij flexibele gebouwen of woningen eenvoudig aangepast kunnen worden wanneer de wensen van de gebruikers veranderen, de oplossing. “Hergebruik als leidend thema is hierbij het uitgangspunt. Je moet hiervoor wel out of the box kunnen denken. Kijk wat je kunt met de materialen die overblijven. Een mooi voorbeeld zijn de flats in Kerkrade die op de slooplijst stonden. Delen van het betonnen casco zijn weer gebruikt om nieuwe huizen mee te bouwen. Op die manier hoef je zo min mogelijk nieuwe grondstoffen aan te boren.”

Marc Witbreuk, directeur CONVEZ, merkt op: “Er zijn prachtige voorbeelden van het herbestemmen van panden. Zo kun je bijvoorbeeld een parkeergarage ombouwen tot kantoor of een verzorgingscentrum vestigen in een voormalig kantoorgebouw. De centrale vraag is echter: welk doel streef je na? Is een kathedraal uit de Middeleeuwen bijvoorbeeld niet duurzaam?”

Upcyclen
De Kok knikt instemmend: “In Nederland wordt er ontzettend veel gesloopt. Kijk eens hoeveel deuren, kozijnen en ramen er vrijkomen, terwijl bij nieuwe woningen deze elementen geen nieuw leven krijgen. Ze hebben de verkeerde kleur of de verkeerde maat. Kortom we maken producten die niet voor diverse doeleinden inzetbaar zijn, waardoor we wel moeten amoveren. Dit zouden we drastisch moeten veranderen.”
Volgens Kees Boot, eigenaar van ingenieursbureau BOOT, vraagt deze visie om een stukje creativiteit. “Er is zoveel laaghangend fruit waardoor we juist kunnen upcyclen. Als je buiten de kaders denkt en kijkt naar de grondstoffen en bouwdelen die vrijkomen is er heel veel mogelijk.”

 

Geen pasklaar antwoord
Bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor hergebruik en recycling is onduidelijk. Dit wordt aan de markt overgelaten. Maar de markt heeft volgens de forumdeelnemers nog geen pasklaar antwoord. “Particulieren worden steeds meer geconfronteerd met energievraagstukken door middel van energielabels, maar al die labels zorgen ook voor veel verwarring bij de consument”, vertelt Nick de Boer, eigenaar Domicilie makelaars. “Hier ligt voor ons een belangrijke taak om de consument goed voor te lichten.”
“Voor veel mensen is circulair bouwen nog toekomstmuziek”, voegt Dirk Jan van den Brink, directeur Kreeft Bouw, toe. “Er is een hoop onwetendheid. Mensen laten zich vooral door de waan van de dag leiden en zijn vooral bezig met hoe iets zo goedkoop mogelijk kan.”

Zolang de traditionele methoden nog goedkoper zijn, wordt het een flinke uitdaging volgens De Boer. “De laatste twee jaar krijgen we wel steeds meer vraag naar duurzame gebouwen. Toch blijft de prijs leidend.”
“Waar we naar toe moeten, is dat gebouwen per definitie circulair gebouwd zijn”, aldus Van Wijk. “De klant zou er niet naar hoeven vragen. We moeten van het gedachtegoed af dat als de klant er niet naar vraagt, we niet voor duurzaam bouwen kiezen. Het moet er standaard in zitten.”
Waarde
BREEAM-NL wordt sinds 2010 gebruikt om de duurzaamheidsprestaties van gebouwen te beoordelen. Certificeren met BREEAM-NL betekent dat aantoonbaar gemaakt kan worden dat een project daadwerkelijk duurzaam is. “Op de vastgoedmarkt zie je dat op lange termijn de waarde van een gebouw hoger is wanneer het pand BREEAM gecertificeerd is”, zegt Van den Brink. 

Het investeren in een duurzaam bedrijfspand biedt ook mogelijkheden voor subsidie. Gebouweigenaren kunnen met een BREEAM-NL certificaat een aanzienlijk fiscaal voordeel behalen over hun investering. “Subsidies en/of belastingvoordelen zijn onmisbaar wanneer het gaat om het aantrekkelijk maken van duurzaam bouwen. Hier ligt een belangrijke taak voor de overheid”, aldus Van den Brink. 


Samen
Toch is er volgens Van Wijk ook een belangrijke taak weggelegd voor de bouwwereld. “Mensen zijn vaak niet bekend met wat er allemaal mogelijk is op het gebied van duurzaamheid. Het is de kunst om de juiste partijen met elkaar in contact te brengen. Samen kun je veel meer bereiken en kun je een nieuwe standaard zetten.”
“Juist door ketens bij elkaar te brengen, ontstaan nieuwe businessketens”, voegt De Kok toe.
“We moeten vertrouwen creëren, zodat iedereen de stap durft te maken. Elkaar durven helpen door successen te laten zien, maar ook valkuilen. We moeten het vooral niet te complex maken. Wij zijn hier om elkaar te helpen. We moeten met zijn allen zien te bewerkstelligen dat we circulair kunnen bouwen zonder meerkosten.”

“Alles begint met kennis”, vult Witbreuk aan. “Je moet erin geloven dat iets werkt. Net als Daaf ben ik van mening dat vertrouwen een onmisbare factor is om het te laten slagen.”

De Boer vult aan: “Schroom vooral niet om te erkennen dat je er weinig verstand van hebt als ondernemer. Ook zou het prettig zijn als gemeenten de kant van het bedrijfsleven kiezen en er samen opgetrokken kan worden.”
Boot benadrukt het belang van het anders kijken naar waarde. “Kijk niet alleen naar de waarde wat financiën betreft, maar ook hoe je het milieu belast, hoe aantrekkelijk je bent voor de nieuwe generatie werknemers die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. En overtuig met mooie voorbeeldprojecten.”
“Bewustwording begint met kennisoverdracht”, vult Van den Brink aan. “Bijeenkomsten over circulair bouwen in de regio zouden vast in de agenda’s moeten komen te staan.”

 

Alle kleine beetjes helpen
Tot slot zegt De Kok dat alle kleine beetjes helpen. “Het maakt niet uit of je bezig bent met het verduurzamen van beton, verwarming, asfalt of verlichting. Je moet datgene doen wat je kunt. Binnen de huidige structuur en met de instrumenten die je tot je beschikking hebt. We moeten uitgaan van het rentmeesterschap, waarbij we de aarde slechts in bruikleen hebben. We moeten met zijn allen een tandje bijzetten. Iedere vorm van hulp is van harte welkom.”

Algemene voorwaarden | privacy statement